Informatie

In het programma de Baas van Nederland, waarbij de wereld van politiek Den Haag en de werking van onze economie worden nagebootst, is een breed scala aan mogelijke maatregelen opgenomen. In totaal kan uit meer dan 120 maatregelen gekozen worden. De maatregelen die je voorstelt, hebben verschillende maatschappelijk en economische gevolgen. Het programma geeft van deze gevolgen een globale indicatie. Zo worden bijvoorbeeld de effecten van je beleid geraamd op de economische groei, de werkgelegenheid en het begrotingstekort. In 2012 bedraagt dit tekort bijna 5 procent van het BBP. Volgens Europese regels is Nederland verplicht om dit te kort terug te brengen tot onder de 3 procent. Als dat niet lukt dan loopt het kabinet het risico dat er een Europese boete wordt opgelegd die kan oplopen tot boven de 1 miljard euro. Voor gezonde overheidsfinanciën is het gewenst dat het begrotingstekort volledig wordt weggewerkt en nog mooier is een overschot op de lange termijn. Het programma berekent ook wat de effecten van je maatregelen zijn op het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dit is een belangrijke doelstelling om de klimaatverandering tegen te gaan.

In het programma zijn in hoofdzaak maatregelen opgenomen die van invloed zijn op de rijksbegroting en in de praktijk ook haalbaar zijn. Om die reden zijn de maatregelen opgedeeld in twee hoofdcategorieën: "Overheidsuitgaven" en "Belastingen". Met deze maatregelen kan het kabinet onder andere de ontwikkeling van de economie beïnvloeden. Dat kan ook met andere maatregelen, zoals eenvoudigere wetten, minder bureaucratie en lagere administratieve lasten. In het programma zijn deze mogelijkheden niet opgenomen. Al decennia lang staat vermindering van de regeldruk in verkiezingsprogramma's van politieke partijen. De praktijk laat evenwel zien dat het om een zeer moeizaam proces gaat met nog slechts beperkte effecten. Bovendien zijn de effecten van vereenvoudigingen en een vermindering van regeldruk meestal moeilijk te meten. Om zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven, zijn dit soort maatregelen daarom niet in het programma opgenomen.

Om de effecten van jouw beleid te kunnen meten is het nodig om deze te vergelijken met de effecten van een "normale" ontwikkeling van de Nederlandse economie. Dit wordt ook wel aangeduid als ongewijzigd beleid of beleidsarm. Daarbij wordt verondersteld dat politiek Den Haag geen nieuwe maatregelen neemt, de economie zijn gang laat gaan en geen veranderingen in de rijksuitgaven aanbrengt (ongewijzigd beleid). Bedacht moet wel worden dat deze post automatisch toch toeneemt in verband met kostenstijgingen (prijs- en loonstijging). In het programma wordt voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie bij ongewijzigd beleid gebruik gemaakt van becijferingen en ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Deze worden ook gebruikt als basis voor de CPB-berekeningen van de effecten van de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen. Zo heeft het CPB voor de periode 2013-2017 bij ongewijzigd beleid een economische groei geraamd van gemiddeld een krappe 1,5% per jaar.

Stel nu dat uit de doorrekening van een bepaald verkiezingsprogramma door het CPB blijkt dat dit partijprogramma leidt tot een extra groei van 0,1%-punt per jaar. Dit betekent dan dat de economische groei als gevolg van de beleidsmaatregelen die deze partij wil doorvoeren niet uitkomt op 1,5% per jaar, maar op 1,6% per jaar. Het kan ook zijn dat een verkiezingsprogramma zodanige negatieve effecten op de economie heeft dat de groei in de kabinetsperiode afneemt met bijvoorbeeld 0,2%-punt per jaar. In dat geval komt de groei als gevolg van dit programma niet uit op 1,5% per jaar, maar op 1,3%.

Onzekere economische tijden

Als gevolg van de financiële en economische crisis heeft Nederland in 2012 te maken met een groot tekort op de rijksbegroting, een hoog opgelopen staatsschuld en een oplopende werkloosheid. Bovendien bestaat er onzekerheid over de toekomstige groei van onze economie. Volgens de Juniraming 2012 die op 14 juni 2012 werd gepubliceerd, verwacht het Centraal Planbureau (www.cpb.nl) voor de komende jaren een gemiddelde groei van onze economie van circa 1,5%. Deze raming van de BBP groei is lager dan voor eerdere (kabinets)periodes.

De feitelijke groei heeft een groot effect op de Nederlandse schatkist. Bij een gemiddelde groei van 1,5% heeft de overheid, zonder aanvullende maatregelen, in 2012, 2013 en 2014 nog een begrotingstekort, respectievelijk, van 3,8%, 2,9% en 3,1% van het BBP. In de jaren daarna daalt dit naar 2,6% van het BBP in 2017. Echter, bij een lagere groei komt het tekort hoger uit, terwijl bij een hogere groei het tekort lager zal uitkomen. Ook de werkloosheid zal door lagere groei op een hoger niveau liggen, terwijl bij een hogere groei de werkloosheid lager zal zijn. Er is dus veel aangelegen om de economische groei zo goed mogelijk te stimuleren.

De economische raming van het CPB is gebaseerd op zogenoemd ongewijzigd of beleidsarm beleid; alleen de maatregelen die door het parlement onder het gevallen kabinet-Rutte zijn goedgekeurd, inclusief het Begrotingsakkoord 2013, zijn meegenomen. Bij deze raming is derhalve geen rekening gehouden met de effecten van het nieuwe kabinet dat na de verkiezingen van 12 september 2012 gevormd zal worden. In de Baas van Nederland kan jij bepalen hoe dit beleid er uit ziet en welke effecten dat oplevert. Je kunt de resultaten van je beleid vervolgens, net als bij de verkiezingsprogramma's, optellen of aftrekken van de cijfers zoals die door het CPB worden berekend bij ongewijzigd beleid. Het onderstaand overzicht geeft de ramingen van het CPB weer voor de periode 2013-2017 bij een ongewijzigd beleid (zie laatste kolom).

Overzicht macro-economische kerngegevens 2007-2017

  2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013-2017
mutaties in % per jaar            
BBP (economische groei) 3,9 1,8 -3,5 1,7 1,2 -0,8 -1,5
Consumptie van huishoudens 1,8 1,3 -2,6 0,4 -0,9 -0,5 0,3
Investeringen bedrijven (excl. woningen) 6,4 7,1 -12,4 -1,4 7,2 -3,3 3,5
Export 7,4 -0,1 -9,3 12,8 4,3 -1,8 5,3
Contractloon marktsector 1,8 3,5 2,7 1,0 1,4 1,8 2,3
Consumentenprijsindex (CPI) 1,6 2,5 1,2 1,3 2,3 2,3 2,0
Werkgelegenheid (in arbeidsjaren )* 2,7 1,3 -2,2 -1,6 0,2 -0,8 -0,3
Werkloosheid (niveau in % in eindjaar) 3,6 3,1 3,7 4,5 4,5 5,5 5,3
Arbeidsproductiviteit marktsector 2,6 0,5 -3,0 3,0 1,5 -0,8 2,0
Koopkracht (mediaan alle huishoudens) 1,7 -0,1 1,7 -0,6 -1,0 -1,8 0,0
             
niveaus in % in eindjaar            
Collectieve lastendruk (% BBP) 38,7 39,2 38,3 38,8 38,2 38,8 40,1
Begroting (EMU-saldo) (% BBP) 0,2 0,5 -5,6 -5,1 -5,0 -4,6 -2,6
Overheidsschuld (EMU) (% BBP) 45,3 58,5 60,8 62,9 65,6 70,2 74,1

Bron: http://www.cpb.nl

Het Bruto Binnenlands Product

Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is een bekend begrip in de economie. Het wordt vaak gebruikt in kranten en andere media. Veel mensen hebben daardoor een idee van wat het begrip inhoud. Voor de volledigheid volgt hier toch een korte beschrijving.

Voor allerlei doeleinden, bijvoorbeeld voor het maken van economische prognoses, maar ook bepaalde beleidskeuzes en internationale vergelijkingen tussen landen is het nodig om een maatstaf voor economische activiteiten te hebben. Het BBP is in de loop der tijd de algemeen aanvaarde maatstaf geworden voor de waarde van de economische prestaties van een land. De omvang van het BBP wordt berekend als de optelsom van alle in een land gerealiseerde toegevoegde waarden, ofwel de waarde van alle eind goederen en diensten die jaarlijks worden geproduceerd.

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) komt ons BBP in 2012 uit rond de 606 miljard euro. Door de zware economische crisis heeft het niveau van het Nederlandse BBP een zware klap opgelopen. Sinds het begin van de crisis zijn de consumptie, de bedrijfsinvesteringen en de export fors gedaald. Daardoor is ons land ten opzichte van het lange termijn groeipad van onze economie tijdens de crisis ongeveer 5% BBP kwijt geraakt.

Wat staat er op het spel?

Voor Nederland en het kabinet is het van groot belang dat de economie goed draait. Meer groei betekent veelal meer belastinginkomsten voor de schatkist. Een veerkrachtige economie en hoge groei leveren ook meer inkomen op voor huishoudens en meer banen voor werknemers en een lagere werkloosheid. Daarnaast toont onderzoek aan dat groei waardevol is vanwege de positieve effecten op maatschappelijke ontwikkelingen. Groei bevordert de sociale mobiliteit en schept meer ruimte voor het creëren van eerlijke kansen voor iedereen.

Daarbij moet wel bedacht worden dat in toenemende mate ook vraagtekens worden gezet bij economische groei. Veelal leidt economische groei tot aantasting van het milieu en klimaat. Daarom is het van belang dat de overheid en het bedrijfsleven er naar streven om het milieu en klimaat zoveel mogelijk te ontzien. Dat kan door maatregelen te nemen die uitstoot van broeikasgassen, vooral CO2, en andere vervuilende stoffen zoveel mogelijk beperken.

Voor de overheid betekent een hogere economische groei extrabelastingopbrengsten om publieke taken uit te voeren, zoals op het terrein van veiligheid, onderwijs en sociale zekerheid. Meer economische activiteiten leiden doorgaans tot extra werkgelegenheid en een lagere Werkloosheid, waardoor de overheid minder sociale uitkeringen hoeft te bekostigen. Hierdoor zullen het begrotingstekort en de staatschuld verminderen. Ook hoeft de regering minder te bezuinigen op andere rijksuitgaven. Een goed economisch beleid stimuleert dus kwalitatief goede groei en vult daarmee te gelijk de schatkist.

Bezuinigingen en hervormingen zijn onvermijdelijk

Als gevolg van de economische crisis zijn zowel het begrotingstekort als de staatschuld sterk gestegen. In het bovenstaande overzicht is goed te zien welke schade de crisis heeft aangericht. Vooral 2009 is een rampjaar met een forse krimp van onze economie (-3,5%), lagere bedrijfsinvesteringen (-12,4%), een dalende export (-9,3%) en een hoog begrotingstekort (-5,6%). De overheidsschuld komt uit op 61,8% van het BBP. De cijfers laten bovendien zien dat na 2009, in 2010 en 2011, nauwelijks herstel heeft plaatsgevonden. Zonder ingrijpende maatregelen waarbij er op de overheidsuitgaven wordt bezuinigd, zal de staatsschuld blijven oplopen.

Om de overheidsfinanciën op de lange termijn houdbaar te maken is het nodig dat er na de verkiezingen op 12 september 2012 door een nieuw kabinet het begrotingstekort verder wordt teruggedrongen en dat er op termijn een overschot wordt gerealiseerd. Mede afhankelijk van de feitelijke economische groei moet daarvoor een extra ombuigingspakket worden ingevuld van tussen de 10 en 20 miljard euro. Dit pakket kan bestaan uit bezuinigen op de rijksuitgaven, uit belastingverhogingen, uit hervormingen op het terrein van de arbeidsmarkt, woningmarkt, sociale zekerheid en de zorg, of een combinatie hiervan.

Inmiddels vragen de politieke partijen zich af wat de beste oplossing is. De opvattingen verschillen sterk. Dit heeft vooral te maken met de maatschappelijke en economische effecten van bepaalde maatregelen. In het algemeen zullen belastingverhogingen en andere lastenverzwaringen op burgers en bedrijven een negatieve uitwerking hebben op de groei van de economie. Dit kan ook het geval zijn bij bezuinigingen. De mate waarin is afhankelijk van het bedrag van de bezuinigingen en op welke uitgavenposten er bezuinigd wordt.


Daarom zoeken partijen voor hun verkiezingsprogramma naar een pakket dat enerzijds de groei niet afremt en anderzijds bijdraagt aan een lager begrotingstekort. Zo zijn er partijen die de bezuinigingsoperatie willen uitsmeren over twee of drie kabinetsperioden. Zij zien als voordeel dat op die manier minder schade wordt toegebracht aan de economische groei en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Anderen willen juist een zo groot mogelijk bezuinigingsbedrag in de periode 2013-2017 om zo snel mogelijk te komen tot gezonde overheidsfinanciën. Zij wijzen er op dat zonder houdbare overheidsfinanciën de toekomstige groei van onze economie op de lange termijn wordt aangetast.

Alle politieke partijen hebben bij de samenstelling van hun verkiezingsprogramma te maken met regelgeving van de Europese Unie. Daarin is bepaald dat het Nederlandse begrotingstekort in 2013 niet hoger mag liggen dan 3% van het BBP. Voor de overheidsschuld geldt een maximum van 60% van BBP. In de Baas van Nederland kun jij bepalen met welk beleidspakket aan maatregelen Nederland zowel maatschappelijk als economisch het beste af is.

Berekening van de effecten van het door jou samengestelde beleidspakket

Voor de berekeningen van de effecten van de door jou geselecteerde maatregen is in de Baas van Nederland gebruik gemaakt van verschillende studies en modellen, onder meer van het Centraal Planbureau CPB, het Ministerie van Financiën, de Europese Commissie (zoals het QUEST model) en de studie Taxes and the Economy: A Survey on the Impact of Taxes on Growth, Investment, Consumption and the Environment (Willem Vermeend, Rick van der Ploeg en Jan Willem Timmer, Edward Elgar, Cheltenham, United Kingdom, 2008). Ten overvloed wordt er op gewezen dat het hier niet gaat om exacte becijferingen van de effecten, maar om ruwe indicaties.

Je bent aan zet

Bij het selecteren van maatregelen kom je voor lastige keuzes te staan. Wanneer je te fors gaat bezuinigingen op de overheidsuitgaven, dan zal de economische groei op de korte termijn worden afgeknepen. Als je denkt dat elke euro belastingverhoging ook daadwerkelijk een euro aan belastinginkomsten oplevert, dan kom je bedrogen uit. Belastingverhogingen remmen doorgaans de economische groei en minder groei betekent ook minder inkomsten voor de schatkist. Ruw gezegd levert 1 euro belastingverhoging per saldo gemiddeld 30 tot 70 eurocent op. Als je besluit de sociale uitkeringen te bevriezen, verminder je de koopkracht van een grote groep mensen. Deze groep kan daardoor minder besteden, wat weer remmend werkt op de ontwikkeling van de economie. Bovendien zullen mensen met een uitkering, die het veelal toch al krap hebben, er verder op achteruit gaan.

In dit programma ben je de baas van Nederland. Je zult een balans moeten vinden tussen het stimuleren van de economische groei en werkgelegenheid, een aanvaardbaar beleid op de verschillende andere beleidsterreinen, zoals onderwijs, veiligheid, inkomenspolitiek, sociale zekerheid en het realiseren van gezonde overheidsfinanciën door het terugdringen van het begrotingstekort. Daarnaast speelt het klimaat en milieu een steeds belangrijkere rol binnen het overheidsbeleid. Veel succes!

Willem Vermeend  Follow Me on Twitter

Binnenhof (Original by PhareannaH)